Al een paar jaar hangt het boven mijn hoofd. Letterlijk en figuurlijk. Ik moet de zolder opruimen. Het huis waar mijn gezin en ik in wonen dateert van 1976. Gebouwd door mijn ouders. Alweer bijna 10 jaar woon ik er met mijn gezin in. Het is een heerlijk huis, in een verkeersluwe straat, in een kindvriendelijke omgeving, in een rustig dorp onder de rook van de Roermondse industrieterreinen. We wonen er graag. Het huis is groot, er zijn voldoende kamers en er is een ruime tuin. En een grote zolder. Een heel grote zolder.

De zolder was eigenlijk al vol toen wij het huis overnamen. Mijn hele jeugd, die van mijn zus, maar ook die van mijn ouders is er opgeslagen. Toen mijn opa’s en oma’s verhuisden naar kleinere woonruimtes, hebben zij hun zolder opgeruimd. En alle spullen van hun kinderen, waaronder mijn ouders dus, aan het betreffende kind meegegeven. Mijn ouders hebben alles vrolijk op onze zolder gezet. Er was immers voldoende ruimte en alles zou wel een keer uitgezocht worden. In de loop der jaren is er vanalles…. bijgekomen in plaats van opgeruimd. Allerlei boeken, speelgoed, schoolspullen van mijn zus en mij. De ge-erfde kasten en  bedden van overleden (oud)ooms en tantes, die zelf geen kinderen hadden. Want als wij op kamers zouden gaan hadden we vast een bed nodig. En een kast. Natuurlijk hadden wij dat nodig, maar Ikea heeft prima spullen. Leuker dan de oude kast van oom Neer. Zelf ben ik ook schuldig aan de ongebreidelde groei van spullen op zolder. Ik kan niets weggooien. De baby-kleren van mijn kinderen, alle werkjes van groep 1, 2, 3…., oude en nieuwe kerstballen, jaargangen van mijn favoriete tijdschrift waar ik nooit meer in kijk, het plantenrek waar mijn vader zo op gezwoegd heeft en dat ik ooit nog eens wil opzetten, de boerderij en het poppenhuis waar misschien de kleinkinderen straks mee willen spelen…. Het je-weet-maar-nooit-wanneer-het-nog-eens-van-pas-komt-principe.

Afgelopen week kwam mijn dochter naar mij toe. Ze zei, “Mam, ik durf niet meer in mijn kamer te slapen. Ik ben bang dat het plafond naar beneden komt…”. Het had die nacht flink gewaaid en het huis kraakte van alle kanten. Tja, dat was het moment waarop ik besloot om dan toch maar aan de slag te gaan. Alle sentimenten dien ik opzij te schuiven, er moet een container komen en extra handjes. En mijn schoonmoeder. Die kan goed opruimen, gooit alles weg dat geen directe functie meer heeft. Mijn eigen moeder mag niet helpen. Dat hebben we eenmaal geprobeerd. Samen zouden we de boel wel eens goed aanpakken. Vol goede moed begonnen we, en al snel hadden we een vuilniszak vol. Maar toen begon het: “Ach mam kijk eens, weet je nog…. Dit kan ik echt niet weg doen.” ”Natuurlijk niet” zei mijn moeder dan, “ en kijk eens daar….”. Na 2 uur opgeruimd te hebben zaten we met een halve vuilniszak vol (de rest hadden we er weer uitgehaald), een boel leuke herinneringen en een even volle zolder.

Maar nu gaat het lukken. Absoluut. Ik houd u op de hoogte!

zolderopruimen

 

Terug naar overzicht Korte verhalen