Juni, dat is zo’n tussenmaand. Geen lente meer, maar ook nog geen zomer. Geen vakantietijd, maar er zijn wel al veel mensen “weg”. Soms valt Pinksteren in juni, meestal net niet.

Oorspronkelijk was juni, in de Romeinse Kalender, de vierde maand en niet de zesde, en had slechts 26 dagen. Romulus, stichter van Rome, gaf juni 4 dagen erbij. Numa Pompilius, tweede koning van Rome, nam er weer een weg, en Julius Caesar bepaalde uiteindelijk dat juni 30 dagen zou hebben. Althans, zo wil de overlevering.

Over de oorsprong van de naam juni bestaan ook verschillende theorieën. Zo zou juni vernoemd zijn naar Juno, vrouw van Jupiter, de koning der goden. Juno is de godin die licht en leven brengt. Of is juni misschien vernoemd naar Lucius Junius Brutus, de eerste consul van Rome. Of naar de juniores (17-45! jaar) van het Romeinse rechtssysteem. Zelf vind ik de eerste optie het mooist.

Hoe dan ook, ik houd van juni. Ik vind het een rustige maand, waarin alles nog gewoon volgens een standaard ritme verloopt. Het is nog niet zo warm, maar je kan wel heerlijk buiten zitten. Het is nog niet zo droog, en alles staat mooi in bloei of begint te groeien. Vogels hebben het nog steeds druk, het is een prima trouwmaand, en iedereen gaat nog gewoon zijn gangetje. Er zijn veel feestjes, zo nog net even voor de vakantie, schoolreisjes, uitstapjes van huiskamerprojecten, afsluitende barbecues van verenigingen. Er zijn veel sportevenementen op tv en radio: Wimbledon, de start van de Tour de France, en dit jaar natuurlijk het EK voetbal. Er zijn schuttersfeesten, kermissen, jaarmarkten en braderieën. Het aspergeseizoen wordt afgesloten, en het aardbeienseizoen begint.
   
Het leven in juni

Om mij heen is alles luidkeels in leven
de boer op zijn maaier, blatende schapen
in de esdoorn een zwartkop die roept
om een vrouwtje, uit bloemkelken klinkt
het geronk van een bij.

En ik leef ook maar moet dat zelf zeggen
want niets van al wat ik waarneem noemt mij.
Zoals je met vrienden wel praat over vroeger:
We waren aan zee, in een tent, heel gelukkig -
vraagt iemand: was jij daarbij?

Dus ben ik alleen in de tuin in de wereld
en om mij heen ademt alles en in huis
zit een man. Dit is het leven, schrijft hij,
deze ochtend in juni, de zwartkop zingt
en in de tuin zit zij.
Marjoleine de Vos (1957)

Ik wens u een fijne juni toe.

 tuinpapaver

 

Terug naar overzicht Korte verhalen